Gezin

Wanneer de verstandhouding wat is vervaagd en het lastig is om in gesprek met elkaar te komen omdat het lijkt dat jullie beiden een “andere taal” spreken. Wanneer het aldoor uitloopt op irritaties en soms zelfs geschreeuw over en weer omdat je elkaar niet (meer) begrijpt. Elke keer komt er weer iets bij op de stapel van frustraties en onmacht en lijkt het steeds sneller “mis” te gaan. Je praat maar niet meer met elkaar want dan is er ook geen ruzie. Dat lijkt mij een goed moment om eens om de tafel te gaan met iemand die er van uit gaat dat iedereen wat heeft te vertellen, kan luisteren en probeert “te verstaan” in elke taal die er wordt gesproken. Soms is het genoeg om even vanuit een andere positie dingen te beluisteren. En ik zou graag die positie in willen nemen. Want wat is er mooier dan een goed gesprek waarin iedereen z’n eigen ruimte kan innemen en je samen tot een leefbare oplossing kunt komen. Of in ieder geval weer met elkaar in gesprek kan omdat je (weer) wat betrokken bent bij/met elkaar. Daardoor luister je vanzelf ook weer wat anders en krijg je weer nieuwe mogelijkheden.

Maar ook vragen zoals: is dit normaal gedrag wat mijn kind vertoont. Of hoe kan ik mijn kind (verder) helpen. En waarom gebeuren dingen of waarom reageer ik altijd zo en niet anders? Soms kan een gesprek of van gedachten wisselen met iemand, dan voldoende zijn om er weer verder mee te kunnen. Het zijn niet altijd grote problemen, maar je piekert er wel over of bent regelmatig geïrriteerd. Dan help ik de dingen op een rijtje te krijgen en bied ik graag mijn luisterend oor.

En dan de vraag: “Wat zijn ‘verkeerde’ vrienden”.

Het is moeilijk als je vindt dat je zoon/dochter geen “goede” vrienden heeft. Wanneer je ziet dat ze geen goede invloed op hun hebben. Bijvoorbeeld dat ze niet meer op tijd thuiskomen, gaan roken, blowen of spijbelen. Of dat ze zich zelfs crimineel gedragen.

Want een puber/jongere kan het heel spannend vinden om met vrienden om te gaan die dingen doen die niet mogen van hun ouders. Ze zetten zich tegen hun af. Wanneer een puber/jongere onzeker is, gaat hij/zij graag met iemand om waar ze tegen opkijken. Iemand die spannende dingen durft. Dan voelen ze zich sterker. Maar in hun beleving moeten ze wel meedoen. Anders zijn ze geen vrienden. Ze staan dus wel ‘onder druk van de groep’.

Het kan ook zijn dat er (bijna) nooit een vriend of vriendin van je puber/jongere langskomt. En vraag je je af waar dat door kan komen? Misschien wil hij/zij dat niet. Hij/zij vindt het goed om alleen op school vrienden te hebben. Of weet misschien niet hoe vrienden te maken of te houden. Ook hier kan ik samen met het gezin of afzonderlijk naar kijken. Het is namelijk belangrijk te ontdekken of en waarom die contacten er wel/niet zijn. En of ze daadwerkelijk ‘fout’ zijn of dat het een functie heeft.

Het is mijn werk om op de hoogte te zijn van de ontwikkeling(en) rondom ouders/opvoeders en kinderen. Ik houd dit ook bij (scholing, literatuur enz.) Ik probeer deze kennis door te geven om zo meer rust, plezier en ontspanning in het gezinsleven te brengen. Om op die manier zo dicht mogelijk bij een ieders beleving proberen te komen. Natuurlijk doe ik dit altijd door af te stemmen met iedereen die een rol speelt in het gezin en behoefte heeft aan verbetering in sfeer, begrip, verstandhouding of wat dan ook.